Ga naar de inhoud
Waarom het niet ‘alleen’ hoeft te lukken

Waarom het niet ‘alleen’ hoeft te lukken

Een blog over co-regulatie.

 

Ik hoor in de praktijk vaak veel frustratie als het gaat om het niet alleen kunnen doen.

“Waarom lukt het mij niet alleen?”

“Waarom heb ik iemand anders nodig om rustig te worden, om bevestiging te krijgen?

“Ik hoor dit zelf te moeten doen en kunnen”

 

Ik zie dat dit gepaard gaat met schaamte, frustratie of teleurstelling in zichzelf. Alsof het nodig hebben van een ander een teken van zwakte is. Alsof je pas ‘goed genoeg’ bent wanneer je alles alleen kunt dragen, oplossen en reguleren. Wellicht een overtuiging is dit iets wat we onszelf aanpraten, mee hebben gekregen van vroeger (letterlijk of op emotioneel niveau) of wat de maatschappij soms ook van ons blijft vragen.

En begrijp me niet verkeerd, dit is iets wat niet gemakkelijk is om anders te zien en voelen. Mijn sterke drang om zelfstandig en onafhankelijk te zijn bracht mij ver. Ik heb veel kunnen doen en bereiken daardoor. Het kon (of kan soms nog steeds) een heel fijn gevoel geven. Ook omdat het herkenbaar is omdat ik ooit dacht dat dat veilig is. Totdat je lijf om de hoek komt en echt wel laat weten dat het niet meer alleen kan.

 

En toch… precies op dit punt kom ik vaak uit bij co-regulatie. Iets wat ik regelmatig met mensen in de praktijk bespreek en wat ook ik heb moeten leren.

 

Wat is co-regulatie?

Co-regulatie is het proces waarbij het zenuwstelsel van de één helpt om dat van de ander te kalmeren. In contact met iemand anders kun je je weer rustig, oké en veilig voelen. Dat kan via aanraking, nabijheid, stemgebruik of emotionele steun. Het is iets wat we als mens van nature nodig hebben. Een baby kan zichzelf immers ook niet geruststellen, die heeft een ander nodig om te leren dat het veilig is.

In een veilige opvoeding draagt een ouder of verzorger met een meer gereguleerd zenuwstelsel die rust en veiligheid steeds opnieuw over. Zo ontwikkelen we stap voor stap zelfregulatie: het vermogen om later ook onszelf te kalmeren. Dat hebben we nu immers geleerd via die ander.

 

Wat als je weinig co-regulatie hebt ervaren?

Maar als co-regulatie in de jeugd weinig, onvoorspelbaar, onveilig of afwezig was, leer je dit niet op dezelfde manier. Dan word je vooral aangewezen op zelfregulatie. Vaak zie ik dat mensen zich dan terugtrekken uit contact, letterlijk of emotioneel. Je kunt denken aan terugtrekken in je kamer, dagdromen, fantasiewereld creëren, je sterk en stoer houden, hulp niet vragen of aannemen et cetera. Zelfregulatie wordt dan een overlevingsstrategie: jezelf beschermen, jezelf redden, het alleen (moeten) doen. En precies die strategieën kunnen later juist belemmerend gaan werken.

 

Wat ik in mijn praktijk steeds weer zie, is hoe verwarrend en pijnlijk dat kan zijn. Mensen vinden zichzelf “te afhankelijk”, terwijl hun systeem eigenlijk iets heel anders laat zien: een diepe, gezonde behoefte aan veiligheid in verbinding. Wanneer die behoefte erkend wordt, valt er vaak voor het eerst iets weg van zelfverwijt en schaamte. Er komt zachtheid.

 

Herstel begint vaak in opnieuw samen reguleren. Dit kan bijvoorbeeld ook in therapie, in een veilige relatie, in contact waarin je je gedragen mag voelen. Eerst samen tot rust komen, en van daaruit langzaam leren om dat wat je in co-regulatie ervaart steeds meer zelf toe te passen. Zo groeit zelfregulatie alsnog. Ook nu nog kun je zelfregulatie leren, niet vanuit moeten, maar vanuit veiligheid. Dit is niet leeftijdsgebonden!

 

De behoefte aan co-regulatie wordt vaak sterker naarmate je ouder wordt. Juist omdat de oude overlevingsmechanismen steeds minder werken en je je bewuster wordt van wat je mist. En ja, dat kan soms ook oude onrust oproepen, zeker als de ander iets raakt van vroeger. Maar de behoefte blijft, want samen reguleren is geen luxe. Het is biologisch noodzakelijk.

 

Dus misschien is dit wel de kern:

➤ Dat je de ander nodig hebt om rustig te worden, betekent niet dat je faalt.

➤ Het betekent dat jouw zenuwstelsel juist goed en gezond wil reguleren.

➤ Het betekent dat je mens bent.

 

Je hoeft het dus écht niet meer alleen te doen. Ik kan er met warme en betrokkenheid zijn om jouw worstelingen aan te gaan.

 

Ik hoop van je te horen.